Abattoir Fermé

ArchiveCalendarAboutContactRepertoireShop

About


[For an English version, click here]



INTRODUCTIE

Abattoir Fermé maakt hedendaagse theatercreaties vanuit een diepmenselijke fascinatie voor ‘de wereld achter het bekende’.

In ieder mens en in elke cultuur schuilen abjecte werelden, fundamentele angsten en verborgen fantasieën die worden gerationaliseerd of vergeten. Abattoir Fermé vindt zijn urgentie in het aan de oppervlakte brengen van deze thema’s en in het omarmen van ‘het verschrikkelijke’. Een productie van Abattoir Fermé geeft inkijk in een bijzonder universum dat, hoe donker en verstoord ook, veel gemeen heeft met ‘de echte wereld’.


Abattoir Fermé creëert werk met
een hypervisuele beeldtaal en veel theatrale verbeeldingskracht. Het gezelschap wisselt tekstloze theaterproducties af met muziektheater, tekstcreaties, dansanter werk, monologen, figurentheater of opera. Soms kriebelt het zelfs richting televisie, kortfilm of concert. Eigen creaties vormen de hoofdmoot, maar evengoed neemt het gezelschap graag bestaand repertoire onder handen.


Het hart van Abattoir Fermé is een hechte kern van makers/spelers die aan een coherent oeuvre
bouwen en hun werk bevragen door intensief te presenteren én samenwerkingen aan te gaan met diverse gastacteurs, artiesten en partners. Een Abattoir Fermé-productie is toegankelijk voor iedereen, los van leeftijd of cultuur. Abattoir Fermé creëert en presenteert zowel lokaal als (inter)nationaal.


GESCHIEDENIS

Abattoir Fermé werd opgericht in 1999 in Mechelen door Stef Lernous, Nick Kaldunski en Tine Van den Wyngaert. Ontstaan vanuit het lokale liefhebberscircuit, werkte Abattoir Fermé in de pioniersjaren voornamelijk samen met scholen, amateurspelers, jongeren en muziekgroepen. De artistieke interesse ging uit naar maatschappelijke randfiguren, groteske vormen en afwijkende thema’s. Tussen 1999 en 2002 presenteerde het gezelschap - vaak op guerilla-achtige wijze - een dertigtal creaties. 


In 2003 zorgden projectsubsidies en enkele creatieopdrachten van het Mechels kunstencentrum nOna voor een ingang naar het professionele veld. De volgende jaren ontwikkelde de artistieke grondtoon van het gezelschap zich tot een zoektocht naar ‘de wereld achter de wereld’: een eigenzinnig universum van (al dan niet fictieve)
alternatieve denkers, dissidente wetenschappers en underground-kunstenaars. De creaties vertrokken van veel en oorspronkelijke tekst; parallel hieraan ontstond een expliciete beeldtaal. Enkele sleutelproducties waren “Galapagos (2004, selectie Theaterfestival), “Bloetverlies” (2004), Indie” (2005) en “Moe maar op en dolend” (2005). 


Sinds 2006 vervoegden Kirsten Pieters, Chiel van Berkel, Joost Vandecasteele (tot 2009) en Pepijn Caudron (Kreng) de artistieke kern en ontvangt Abattoir Fermé structurele subsidies. Zowel via eigen creaties als coproducties bouwt het collectief in hoog tempo een oeuvre uit in allerlei disciplines: teksttheater, theatrale lezingen, voorstellingen voor kinderen, muziektheater, filmconcert, een boek, een televisiereeks, een opera en tekstloze theaterstukken. Met producties als “Tourniquet” (2007), “Mythobarbital” (2008), “De Chaostrilogie” (2005-2007), “Phantasmapolis” (2010), “Monkey” (2011) en “L’Intruse” (2011) ontwikkelde Abattoir Fermé een eigen signatuur op vlak van inhoud, scenografie, speelstijl, dramaturgie, licht en muziek.

Het gezelschap viel meermaals in de prijzen: het werd laureaat van de Vlaamse Cultuurprijs 2007 in de categorie Podiumkunsten; “Tinseltown”, “Tourniquet” en “Nimmermeer” werden geselecteerd voor het Vlaams en/of Nederlands Theaterfestival en het collectief werd genomineerd voor de Europe Theatre Prize for New Theatrical Realities. De producties touren in eigen land voor een breed publiek in zowel de kunsten- als cultuurcentra. Abattoir Fermé is eveneens internationaal actief op festivals en podia in o.a. Nederland, Italië, Noorwegen, Denemarken, Polen, Hongarije, Slovenië, Groot-Brittannië, Duitsland, Zwitserland en Turkije.


DRAMATURGIE

Abattoir maakt en speelt Abattoir. Inhoudelijk focussen we vaak op de fundamentele angsten, verlangens en obsessies die de mens wil rationaliseren. De theatertaal die we daarbij hanteren is de laatste jaren geëvolueerd naar hypervisuele stukken die zich beroepen op film, iconografie, symboliek en beelden uit het collectieve bewustzijn, occasioneel ondersteund door tekst, muziek of voice-over. Het resultaat is filmisch en fysiek theater waarin - dramaturgisch en scenografisch gezien - evenveel aandacht wordt besteed aan spel, licht, decor, compositie, rekwisieten, geluid, high en low culture. Ondanks een liefde voor de theatertraditie maakt Abattoir Fermé geen producties die vertrekken vanuit een strekking of trend. Een Brechtiaans declameren, een fysiek à la Grotowski of een rituele verwijzing naar Otto Nitsch zijn eerder de uitkomst van een onderzoek dan het begin van een maakproces.


Als inspiratiebronnen treffen we in het Abattoir steevast mooie en gevaarlijke vrouwen, zonderlinge mannen op zeepkisten, een crypto-zoölogische santenboetiek en het einde van de wereld. Er huizen personen, ideeën, genres, plaatsen of subculturen die refereren aan een ‘verborgen wereld’ of aan angst, verlangen en obsessie:
Nicolaj Tesla, Maurice Maeterlinck, Philip K. Dick, de broers Collyer, Albert Fish, Buckminster Fuller, Henry Darger, The Forensic Anthropology Research Facility, The Imperial Office of the Ku Klux Klan,The Michigan Cryonics Institute etc. Er wordt een breed subversief denken gepredikt door figuren zoals Douglas Rushkoff, Alan Moore, Grant Morrison, Terrence McKenna of Aleister Crowley.


Abattoir Fermé haalt deze onzichtbare thema’s, dissidente figuren of onbekende subculturen uit de marge van de underground en plaatst ze in het centrum van de theaterscène, omdat de extremen waar deze mensen voor staan deel uitmaken van het leven. Abattoir Fermé gelooft dat er – nu meer dan ooit – nood is aan
theater dat een breed publiek inleidt in nieuwe vormen van denken, kijken en voelen. Het vertrekpunt van een werkproces is dan ook vaak de fascinatie voor outsiders en de zoektocht achter het bekende: “de wereld achter de wereld”.


D
at verborgene aan de oppervlakte brengen, doet Abattoir Fermé aan de hand van hedendaagse ‘theaterrituelen’.
In mythe, folklore en kunst is het vaak de nar die – als gezworen vijand van het establishment – compulsief anarchie installeert. De nar is de vuurbrenger en de wensenvervuller, maar ook een ‘homo ferus’, net buiten de grenzen van de samenleving. (De sjamaan als zonderling, die door de stam wordt geschuwd maar noodzakelijk is voor zijn verder bestaan.)
De nar en zijn alter ego’s  - zoals de ‘geek’ of de sjamaan - zijn theatrale oerkrachten en belichamen de primitieve energie die uit onze psyche opborrelt. Deze ritueel opgeroepen energie biedt een glimp van wat Shakespeare beschreef als the dark backward and abysm of time’: het bodemloze archaïsche rijk waar het monsterlijke en het sacrale samenvallen. Daarin ligt ook een deel van de betrachting van Abattoir Fermé: wonderlijke rituelen opvoeren waarin het sacrale en het profane – tot allemans zieleheil – de handen in mekaar slaan.


Abattoir Fermé gaat in zijn voorstellingen geregeld op zoek naar ‘wat het betekent om mens te zijn’ en gebruikt daarbij als ingang de geschiedenis en het microuniversum waarin een bepaald subject zich bevindt. Concreet gebeurt dat doordat de spelers de personages vaak frontaal portretteren (als in een statieportret) en het publiek recht aankijken. De persoonlijke geschiedenis van het subject ligt vaak verspreid op, rond en ‘in’ de scène. Geen enkel rekwisiet of decorstuk is overbodig: het zijn parafernelia die een persoonsgeschiedenis reconstrueren. Personages kijken naar de objecten als door een microscoop en voeren dan minutieus hun verleden en toekomst uit, maar niet per se in chronologische volgorde. Door alles een ‘lading’ te geven – decor, rekwisieten, handeling, voice-overs, tekst – creëren we in het beste geval een theatrale ‘horror vacui’: een enorme veelheid, maar waarbij het publiek altijd kan blijven fantaseren.

Er zijn ontzettend veel parameters verbonden aan een maakproces: de intrede van chaos, momenten van meditatie, twijfel, een veelheid aan keuzes, inhoudelijke voeding en met regelmaat confrontaties met publiek.
Het is niet makkelijk om ons achteraf te herinneren hoe een specifieke voorstelling precies tot stand is gekomen. Terugblikken op een repetitieproces komt vaak niet verder dan stuiten op het gevoel van ‘een roes’. Veel heeft te maken met het zo diep ingraven in de materie dat de methodiek willens nillens verglijdt in de materie. Van het repetitieproces van het stuk ‘Tourniquet’ bijvoorbeeld, waarin een circulaire beweging belangrijk is, kunnen de makers zich vooral nog herinneren dat er veel gedraaid werd…

Abattoir Fermé vertrekt voor zijn werk vanuit een kern van specifieke mensen die s
amen een coherente taal en een ‘body of work’ (eerder dan afzonderlijke producties) willen creëren. In de grond zijn het de gezamenlijke fascinaties, de chemie en loyauteit, de gedeelde theatertaal en het wederzijds vertrouwen tussen de makers van Abattoir Fermé waardoor het werk mogelijk wordt. Het vaste ensemble werkt graag en geregeld samen met gastacteurs en -artiesten die een bijzondere fantasie meebrengen en die, net als de artistieke kern, bereid zijn tot een fysieke en schaamteloze speelstijl en een zoektocht naar wat nét buiten hun bereik ligt.